natuur
in de buurt van La Calestienne
|
De natuur rond "La
Calestienne" is bijzonder rijk en gevarieerd doordat de vijf à zes
kilometer brede Calestienne of kalkstreek hier de Fagne (van de
Fagne-en-Famenne) in het noorden scheidt van de Ardennen in het zuiden.
Een groot deel van de fusiegemeenten Viroinval waar Nismes deel van
uitmaakt, en Doische vormt het Natuurpark Viroin-Hermeton, dat delen van de drie hierboven vermelde
geografische streken en de Condroz omvat. |
|
de tuin van La
Calestienne |
| |
Vogels
kijken kan bij La
Calestienne al in de tuin beginnen: broedvogels als steenuil,
zwarte roodstaart, putter en Europese kanarie kan je vanuit je luie
zetel waarnemen. Daarnaast kan je ook speciale ontdekkingen doen: vanuit
de tuin werden reeds slangenarend, ooievaar, zwarte ooievaar en
kraanvogel genoteerd en binnen wandelafstand kleine zwartkop,
bergfluiter, vale gier, zomertaling, zwarte stern, hop en
roodkopklauwier! |
|
 |
Nachtraven kunnen in de tuin van
La
Calestienne hun hart ophalen aan de nachtvlinders: agaatvlinder, wapendrager,
zwarte C-uil, brandvlerkvlinder, bastaardhoornvlinder, brandnetelmot,
berkenspanner, aangebrande en gerande koperuil, koper- en kruizemuntuil,
spanner, klein en groot avondrood, frambozenvlindertje,
hermelijnvlinder, gestreepte houtspanner, vals witje, haarbos, ... |
 |
|
de Fagne |
 |
De
Fagne, die ten oosten van de Maas "Famenne"
wordt genoemd is een leisteendepressie waar een aantal kalksteenheuvels bovenuit steken. Deze laagvlakte ontwatert nogal
moeizaam waardoor hier voornamelijk zuurminnende planten voorkomen. De vochtige tot natte wei- en hooilanden bij Villers-en-Fagne vormen
mooie voorbeelden van dit vegetatietype.
De leisteen van de Fagne wordt op ettelijke plaatsen doorbroken door
heuvels die zijn opgebouwd uit organogene kalksteen en in de geologie
"biohermen" worden genoemd. Nu zijn deze plekken dikwijls
herkenbaar in het landschap omdat de kalksteen daar werd ontgonnen en
verkocht als "rouge belge" of rode marmer. Floristisch worden
deze plaatsen getypeerd door de aanwezigheid van kalkminnende planten
als sleedoorn,
bosrank, wilde marjolein en driedistel. |
|
|
de kalkstreek |
 |
De kalkstreek
of Calestienne,
waarnaar onze karaktervolle gastenkamers werden genoemd wordt uiteraard
gekenmerkt door de aanwezigheid van kalksteen.
Doordat het water kalksteen oplost is deze streek ook goed voorzien
van grotten (Grottes de Neptune, Cavernes de l'Abîme), verdwijn-
en resurgentiegaten en ondergrondse rivieren zoals de Eau Noire tussen
Frasnes en Nismes.
De kalksteen, met hier en daar nog een leemlaag bovenop, vormt een
vruchtbaar gebied dat logischerwijze al erg vroeg werd ontgonnen; hier
zijn dan ook veel en dichte soortenrijke hagen met (o.a.) sleedoorn,
kruidvlier, wollige sneeuwbal, kardinaalsmuts, Spaanse aak, bosrank en
maretak. |
 |
| |
Kalksteen is een waterdoorlatend gesteente waardoor hier bijna geen
beken te vinden zijn; doordat het water sneller in de grond verdwijnt
warmt deze streek beter op dan andere in de omgeving, waardoor hier een
vegetatie kon ontwikkelen met soorten van mediterrane oorsprong. Zo
vormt een deel van de Tienne aux Pauquis de meest noordelijke plaats
waar het palmboompje vegetatievormend optreedt. Het best gekend is de
streek echter voor zijn droge kalkgraslanden op de zuidhellingen van de
alomtegenwoordige heuvels; zij vormen de beste plekjes voor wilde
orchideeën en andere zeldzame planten in België: grote muggenorchis,
welriekende en bergnachtorchis, bokkenorchis, hommelorchis,
vliegenorchis, kleine pimpernel, geel vingerhoedskruid,zonneroosje,
engbloem, gamander, aarddistel, verfbrem, wilde marjolein, pijlbrem,
sikkelgoudscherm, wimperparelgras, Duitse gentiaan,... |
|
| |
Wat
vogels betreft vind je hier appelvink, geelgors, goudvink, rode
wouw, sperwer, bosuil, nachtegaal, wielewaal, boomkruiper, braamsluiper,
roodborsttapuit en grauwe klauwier. Boven de open velden van de
kalkstreek kan je blauwe kiekendief, grauwe gors en patrijzen waarnemen. |
|
| |
Door de aanwezigheid van kalkgraslanden, vochtige hooilanden en
uitgestrekte loofbossen is de omgeving van La Calestienne
één van de rijkste gebieden van België wat betreft dagvlinders:
groentje, sleedoornpage, kleine en grote ijsvogel, kleine en grote
weerschijnvlinder, dambordje, koninginne- en koningspage, ... |
 |
| |
Dankzij de aanwezigheid van kalk in de bodem is de streek ook één
van de rijkste gebieden van België wat landslakken betreft: hier kan je
80 % van de 130 soorten vinden die in België voorkomen, met onder meer
de grote en eetbare wijngaardslak en de segrijnslak. |
|
|
de Ardennen |
| |
De
Ardennen,
op enkele kilometers van La Calestienne, vormen een
hoogplateau dat culmineert op het Plateau van Rocroi, net over de grens.
Het is opgebouwd uit kwartsiet dat geen water doorlaat; bijgevolg
zijn hier veel beekjes die het regenwater afvoeren. Het zuurdere
karakter van deze armere bodems maken dat de ondergroei en de bosranden
wezenlijk verschillen met de vorige geografische streken: hazelaar,
blauwe bosbes, brem, gele dovenetel, valse salie, adelaarsvaren, ... |
|
| |
Tijdens wandelingen in de Ardeense bossen heb je kans op buizerd,
havik,kruisbek, kuifmees, vuurgoudhaantje, houtsnip, kramsvogel en
zwarte specht, en met wat meer geluk (en inspanningen) notenkraker,
taïgaboomkruiper, middelste bonte specht, zwarte ooievaar en wie weet
zelfs hazelhoen en ruigpootuil. In sommige steengroeven in de buurt
nestelen oehoes. Bij de snelstromende riviertjes zie je zonder al te
veel problemen ijsvogel, grote gele kwikstaart en waterspreeuw. Sijs,
keep, barmsijs en koperwiek overwinteren in de Ardennen. |
|
|
de grote vijvers in
de buurt |
| |
Voor vogelwaarnemers vormen de grote vijvers van
Roly en het meer van
Virelles ook de moeite waard: kuifeend, tafeleend, dodaars, fuut, kleine
karekiet, rietgors en bruine kiekendief installeren zich er als
broedvogels.
Tijdens de trekperioden en in de winter zijn grote zaagbek, wilde zwaan,
aalscholver, smient, slobeend, krakeend, wintertaling, pijlstaart,
bergeend, watersnip, brilduiker en nonnetje bijna altijd aanwezig. Soms
zie je wel eens roodkeelduiker, roerdomp en ijseend. Bovendien kan je hier
op doortrek zowat elke steltloper zien: grutto, wulp, groenpootruiter,
bonte strandloper, goudplevier,kleine plevier, tureluur, witgatje,
oeverloper, ... |
|
|
|
Op de stuwmeren van de
Eau d'Heure slapen grote gemengde groepen
meeuwen: naast kokmeeuw en zilvermeeuw ook kleine en grote mantelmeeuw,
stormmeeuw en in het voorjaar zelfs zwartkopmeeuw. Met wat geluk vind je
in het juiste seizoen misschien wel dwergmeeuw of geelpootmeeuw. |
|
|